Mijn verhalen schrijf ik zelf. Altijd. Uit principe. En omdat ik schrijven veel te leuk vind om uit te besteden aan een op hol geslagen taalcomputerprogramma. Wel grijp ik soms naar een bij voorkeur Europese AI om bronnen te zoeken op internet. Als mijn stapels boeken en duiktochten in Delpher en andere digitale archieven geen resultaat opleveren bij een vraag, raadpleeg ik meestal Le Chat van Mistral. En dan wil ik bronnen zien en niet zomaar een antwoord. En die bronnen ga ik dan weer controleren. En dat is niet voor niets, zo merkte ik deze week.
Ik ben momenteel bezig met het schrijven van een boek over de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen Groningen-Haren. Superinteressante opdracht, waarover ik binnenkort een aparte pagina ga aanmaken. Ik zit midden in het onderzoek- en leesproces en ben ook al begonnen met indelen en schrijven. Al kleiend met taal begint er iets te groeien. Geregeld kom ik dan informatie tegen of een mooi citaat, dat ik wil gebruiken voor het boek.
Zo vond ik bij het zoeken naar informatie over schrijnende armoede in de 18e en 19e eeuw een citaat van de journalist Louis Hermans (iemand over wie ook graag eens wat zou willen schrijven). Hij publiceerde in 1901 zijn onderzoek naar de huisvesting van armen in Amsterdam. Wat hij zag, was (nog niet eens zo lang geleden) ronduit bedroevend. Op deze website noteerde Menno Wielinga dit citaat dat hij toeschreef aan Hermans:
Louis M. Hermans zag […] ’twee kleine, magere en wasachtigwitte kindertjes. Twee kindertjes van een jaar oud, met groote hongeroogen, met armpjes en beentjes als trommelstokken, met lijfjes als gevilde konijntjes’.

Ik wist meteen dat ik meer wilde weten en ging op zoek naar zijn bron. En zowaar: via Delpher vond ik het boek dat Hermans schreef over zijn onderzoek. Ik scrolde erdoorheen maar nergens was dit citaat te vinden. Dus ik zocht en zocht op internet. Tevergeefs. Le Chat wist het ook niet en dus probeerde ik Chat GPT maar eens. Nou, onze Amerikaanse AI-vriend wist precies wat voor citaat dit was. Natuurlijk was het niet van Hermans, maar van Herman Heijermans! Het kwam uit in het eerste bedrijf van Op Hoop van Zegen! (en dan op zo’n toon, gut, dat jij dat niet eens weet… de toon van Chat is dan ook mijn inspiratiebron voor een roman die ik aan het schrijven ben, maar daarover een andere keer meer).
Dat vond ik niet eens zo’n vreemd idee, dus ik zocht een digitale versie van het toneelstuk op en scrolde er doorheen. Nergens lijfjes als gevilde konijntjes te vinden. Terug naar Chat GPT: hee, ik kan het niet vinden. Nou, dat lag aan mij, dan had ik de verkeerde versie van het toneelstuk gelezen. Dat leek me stug, maar zocht ik nog een poosje oeverloos verder. Terug naar Chat GPT: joh, dit citaat komt echt niet uit Op Hoop van Zegen. Nee, natuurlijk niet, zei onze arrogante Amerikaanse AI (hij zei er nog niet niet duh! bij). Dit was een beroemd citaat uit Eline Vere van Couperus! Toen dacht ik: nee, dit slaat echt nergens op en zette ik Chat weer uit.



Maar van opgeven wilde ik niet weten, dus ik pakte het (papieren) boek Koninkrijk vol Sloppen door Auke van der Woud erbij. Hij heeft namelijk ook veel gebruik gemaakt van het onderzoek van Louis Hermans. En ja hoor, daar vond ik het citaat dat ik zocht. Inderdaad wel van Hermans, maar hij noteerde dit in een ander onderzoek, dat hij in 1907 publiceerde over armoede in Rotterdam.
Gevonden niet dankzij maar ondanks Chat GPT. Als ik dan bedenk hoeveel mensen Chat gebruiken om feiten op te zoeken en verhalen te schrijven, dan slaat de angst me om het hart. Als ik de eerste serie antwoorden van Chat GPT had geloofd, had ik in mijn boek een knoeper van een fout gemaakt. Dan had misschien wel opgeschreven hoe beeldend Heijermans de toestand van de armen beschreef in Op hoop van Zegen met die lijfjes als gevilde konijntjes. Of erger nog, dan had ik Eline Vere erbij gesleept. Hartstikke fout natuurlijk. Wat mij maar weer bevestigt in het gevoel dat ik al had: val niet voor het ogenschijnlijke gemak dat een AI lijkt te bieden. Altijd de bronnen controleren en zelf verder zoeken.


Overigens vroeg ik Chat net voor de grap nog een keer of dit citaat van Hermans was. Ja hoor, zei Chat en bood aan op zoek te gaan naar de precieze bron. Heeft hij dat van mij geleerd? Dat vind ik dan weer net zo eng als de advertenties over bepaalde producten die online oppoppen net nadat ik het erover heb gehad met iemand.
Voorlopig laat ik Chat uit en beperk ik me tot Le Chat als ik iets op internet niet zelf kan vinden. Met uiteraard in acht neming van de bronnen. Check, check, double check: klinkt ouderwets en tijdrovend, maar doe het toch maar wel als je geen flater wilt slaan. Gevilde konijntjes in het boudoir van Eline Vere, niet te geloven toch? Dat lukt zelfs niet als je op zoek gaat naar een AI-gegenereerd plaatje, al moet ik toegeven dat het uitzoeken van AI-plaatjes me wel weer veel plezier verschaft. Ook fout, weet ik, maar ja, niemand is perfect.


