Code rood in Leegland

Code rood in bijna heel Nederland. En ja mensen, hoe hard sommige lieden dat ook ontkennen, dit heeft wel degelijk te maken met de klimaatverandering en dus ons eigen gedrag. Ik dacht daar al over na toen ik Leegland schreef. Toen ik elf jaar geleden met mijn trilogie begon, dacht ik vooral aan overstromingen en verschrikkelijke stormen en niet zozeer aan de hitte. Tot ik een prequel schreef in een tijd niet ver verwijderd van de onze.

Wat kan ik de wereld aandoen om een gave dystopische roman te schrijven, vroeg ik me af in 2015. Ik liet het land overstromen als gevolg van een combinatie van de klimaatverandering en een bombardement op onze dijken door de Britten, vanwege een visserijconflict, bedacht een dictatuur die was ontstaan nadat de noodtoestand als gevolg van genoemde overstromingen nooit werd opgeheven en als toetje deed ik er een verschrikkelijk virus bij. (Ja, mensen, dat bedacht ik lang voordat Covid alles platlegde vijf jaar later.)

Hagel in de zomer!

In Zonderland en Anderland verschoof mijn aandacht naar de strijd tegen de dictatuur en de noodzaak om dat virus te overwinnen. De klimaatfictie bleef, maar verdween naar de achtergrond. Ja, er was overal water en ik liet een paar vreselijke stormen razen, maar mijn heldin Senna was vooral bezig met haar opstand tegen dictator Martens. Maar deze dagen denk ik vaak terug aan het begin van Leegland, toen al dat water en de gevolgen ervan voor ons land een hoofdrol speelde in mijn verhaal. In het tweede hoofdstuk schreef ik bijvoorbeeld dit:

De beul was net klaar toen het onweer losbarstte. In een mum van tijd was het plein leeg. Een fascinerend schouwspel van bliksemschichten en slagregens volgde. Dit was een echte bui, zo één die uren aanhield met een hoeveelheid regen die de ontheemdenkampen buiten de poorten van de enclave wekenlang van drinkwater zou voorzien. En natte voeten. De stuiterende hagelstenen vormden een wit tapijt dat de omgevallen stoelen bedekte. Hagel in augustus, dacht Julius. Hoeveel erger kan het worden? 

Toen het water kwam

Dat het ook heel heet zou kunnen worden, had ik toen nog niet bedacht. Dat kwam later: voor de bundel Welkom in de broeikaswereld schreef ik op verzoek van samensteller Johan Klein Haneveld het korte verhaal Toen het water kwam, een prequel van Leegland. En ja, daar speelt de hitte ook een grote rol. Lees maar:

Even later slenterde Donny door de stoffige straten van de Bijlmer naar de loods waar zijn vader nutteloze apparaten ontmantelde om er kostbare grondstoffen uit te halen, en nuttige machines ombouwde om ze geschikt te maken voor zonnecellen. Het was stil op straat en hij probeerde zoveel mogelijk in de schaduw van de gebouwen te blijven. Geen mens die zich uit vrije wil buiten waagde bij deze temperaturen. Hij zette zijn zonnebril op, trok zijn pet diep over zijn ogen en liep zoveel mogelijk over het dorre gras, zodat de zolen van zijn sneakers niet zouden smelten in de poelen gloeiend asfalt. Hij was bijna bij de loods toen de wind opstak. Heet! Hij schoot een portiek in om te schuilen voor de verzengende windvlagen. Niet normaal, zo heet het vandaag was. 

Voorspellende gaven?

Lezers vragen me weleens hoe ik toch kon voorspellen dat we te maken zouden krijgen met een pandemie. En ja, dan zeg ik meestal dat wetenschappers dit al jaren voorspelden. Toen ik op zoek ging naar informatie over een virus dat de wereld zou platleggen, ontdekte ik dat de pandemie niet onverwacht was. De vraag volgens wetenschappers was niet of zo’n virus zou ontstaan, maar wanneer.

Hetzelfde geldt voor de gevolgen van klimaatverandering. Ook daar doen wetenschappers al decennia onderzoek naar, maar hun waarschuwingen zijn genegeerd en zelfs ontkend. Het valt wel mee. We hebben toch in het verleden vaker warme zomers en strenge winters gehad? Roepen dat we iets moeten doen om de gevolgen tegen te gaan is volgens klimaatontkenners een linkse hobby van woke-types. En ja, nu zitten we met de gevolgen. En als we niet oppassen, wordt het alleen maar erger. De vraag is zelfs of het tij nog te keren is. Een nare gedachte, zeker voor jongeren en kinderen die met de gevolgen moeten dealen.

Daar dacht ik dus over na tijdens het schrijven van Leegland en Toen het water kwam. En vooral in dat korte verhaal laat ik zien hoe verschrikkelijk het mis kan gaan als we niets doen. Eerst was er de verzengende hitte en opeens kwam de regen. En die hield niet meer op. Donny, de hoofdpersoon van dat verhaal, woont in de Bijlmer, en haast zich naar zijn werk in de grachtengordel van Amsterdam. En dan gebeurt er dit:

Hijgend kwam Donny ruim een uur te laat aan in de grachtengordel. Nog nooit had hij het water in de grachten zo hoog zien staan. Het klotste over de kades en op sommige plekken sloegen de golven tegen de raamkozijnen van de grachtenpanden. Aarzelend liep hij naar de huizen waarvan hij gisteren de kozijnen had geverfd. Die moeite had hij zich kunnen besparen. Mannen en vrouwen met grimmige gezichten renden de haveloze panden in en uit met tafels, stoelen, beddengoed en kleding, terwijl een paar kinderen vanaf het dak van een auto toekeken. Een vrouw met een bibberend klein hondje in haar armen stond midden op straat te huilen. Dat ze tot haar knieën in het water stond leek ze niet eens te merken. 

Opeens klonk er een onheilspellend gekraak en trilden de klinkers onder zijn voeten. Tegelijkertijd stortte een hoekhuis met een vermoeide zucht in elkaar en gleed weg in de kolkende gracht. Kreten van ontzetting golfden door de straat. De vrouw met het hondje wierp zich in de armen van een dikke man. Het hondje piepte. De kinderen op het dak van de auto keken met open mond toe en een kleine jongen liet zijn teddybeer in het water vallen. Hij slaakte een hoge kreet. Een meisje sloeg een arm om hem heen, terwijl de beer op zijn buikje wegdreef. 

Ik ben een schrijver van fictie, maar mijn verhalen gaan wel degelijk over onze wereld. Ik wil mijn lezers een paar fijne leesuren bezorgen, maar ik heb ook een boodschap. Ik hoop dat ik lezers een klein beetje aan het denken zet. Over wat ze zelf kunnen doen om de wereld een beetje beter te maken. Ik weet het: veel kun je niet doen in je eentje. Maar alle kleine beetjes helpen. En soms hebben we een harde waarschuwing nodig om in actie te komen. Zoals Senna, die in de trilogie uitgroeit van een gedesillusioneerde, boze ex-soldaat in een aanvoerder van de vrijheidsstrijd. Of zoals Donny, een recalcitrante puber die tijdens de grote ramp laat zien wat hij waard is. (Ik vond hem zelfs zo interessant, dat hij jaren later in Zonderland opnieuw opduikt als personage).

Nieuwsgierig naar mijn klimaatfictie?

Ben je nieuwsgierig naar de Leegland-trilogie en Toen het water kwam? Je vindt ze bij je boekhandel, de uitgeverij en online. En wil je ze graag laten signeren, dan kan dat dit weekend! Ondanks de hitte sta ik namelijk in een boekenkraam in Emmen, bij het festival Fable & Fantasy. En ik neem mijn boeken en booksleeves mee. Hopelijk tot snel!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.